De Econometrist

De Econometrist neemt een statistische kijk op de wereld.

Overig

Gebrekkigheid van het geheugen

De meeste mensen gaan ervan uit dat we een redelijk goed geheugen hebben. Zeker, we vergeten weleens wat: “Waar heb ik mijn sleutels gelaten?” of “Waar had ik mijn fiets neergezet?”. Dit zijn echter de kleine dingen. We gaan er toch zeker van uit dat we de belangrijke herinneringen, in andere woorden de basis van onze identiteit, te allen tijde perfect onthouden. Niets is minder waar, ons geheugen blijkt geen harde schijf te zijn met opgeslagen foto’s die een perfect beeld geven van het verleden. Het menselijk geheugen is fragiel en vatbaar voor bedrog. Het geheugen is geen harde schijf met foto’s die de werkelijkheid perfect weergeven, het is eerder een collage, waarbij de foto stukjes slordig aan elkaar zijn gemaakt, met hier en daar versiering of rechtstreekse verzinsels. De oorzaak hiervan ligt in de werking van de hersenen en kan af en toe grote gevolgen hebben.

Werking van het geheugen

Het geheugen bestaat uit drie onderdelen, het sensorisch, het korte-termijn en het lange-termijn geheugen. Gedurende elk moment van de dag neemt het sensorisch geheugen, met behulp van de vijf zintuigen, alles om zich heen op. Dit wordt net lang genoeg onthouden om een selectie te maken tussen belangrijke en onbelangrijke informatie. De onbelangrijke informatie wordt per direct weer vergeten en de belangrijke informatie wordt doorgestuurd naar je korte-termijn geheugen (werkgeheugen) of er wordt direct intuïtief op gereageerd.

Informatie wordt geacht zich 15 tot 30 seconden in het korte termijn geheugen te bevinden en gemiddeld kunnen er slechts zeven items worden opgeslagen. Dit onderdeel van het geheugen wordt gebruikt voor het maken van een lastige rekensom uit je hoofd of zorgt ervoor dat je bij het bakken van een taart niet tweemaal hetzelfde ingrediënt toevoegt.

Tot slot het lange-termijn geheugen, hierin wordt vrij onbewust veel informatie opgeslagen. Deze informatie is in twee verschillende onderdelen van het lange-termijn geheugen op te delen, het procedureel geheugen en het declaratief geheugen. Het procedureel of stilzwijgend geheugen slaat vaardigheden op zoals lopen, fietsen en het gebruik van alledaagse voorwerpen. Het declaratief of uitvoerig geheugen slaat gebeurtenissen en kennis op. De informatie opgeslagen in het lange-termijn geheugen kan enkele dagen worden onthouden tot tientallen jaren, dit ligt aan significantie en herhaling van de informatie.

Vorming van valse herinneringen

Een oorzaak van het vormen van valse herinneringen is de ‘arrogantie’ van het menselijk brein. Door tijd vervagen veel herinneringen waardoor er bepaalde details ontbreken. Het brein wil hier niet aan toegeven en vult deze herinnering op logische wijze aan. Dit kan heel onschuldig zijn. Stel je voor dat je op jonge leeftijd een hele mooie boottocht met je ouders hebt gemaakt. Bij het terughalen van deze herinnering voel je je gelukkig. Wanneer iemand je dan om het weer op deze gegeven dag vraagt, zal het antwoord snel een stuk positiever zijn dan het daadwerkelijke juiste antwoord. Het gevoel van geluk suggereert mooi weer, terwijl dit net zo goed niet het geval had kunnen zijn.

Veel herinneringen worden elke keer dat we er aan denken weer een beetje veranderd door de situatie waar we ons momenteel in bevinden.


 “Memory seems to be recreated each time we use it” – Dr. Karl Kruszelnicki

Het ‘Misinformation Effect’ is een oorzaak van het vormen van valse herinneringen waar veel onderzoek naar is gedaan. In een bekend onderzoek toonde psycholoog Elizabeth Loftus aan wat voor invloed vraagstelling heeft op een herinnering. Deelnemers van dit onderzoek kregen een filmpje van een verkeersongeluk te zien. Op het filmpje zie je twee auto’s met elkaar in botsing komen. De vraag die vervolgens aan de ene groep werd gesteld luidt: “Hoe snel reden de auto’s toen ze elkaar raakten?”. De vraag die aan de andere groep gesteld werd was: “Hoe snel reden de auto’s toen ze elkaar verpletterden?”. Wat bleek uit dit onderzoek was dat de eerste groep de snelheid van de auto’s beduidend lager had ingeschat dan de tweede groep. Ook reageerde een groot deel van de tweede groep positief op de vraag of ze gebroken glas hadden gezien op het filmpje, terwijl dit niet het geval was.

Een ander onderzoek uitgevoerd door Loftus laat zien dat het ook daadwerkelijk mogelijk is volledig gefabriceerde herinneringen bij iemand te plaatsen. Bij het zogenaamde “Lost in the Mall”-experiment werd aan familie van de deelnemers gevraagd naar drie verhalen uit de jeugd van de deelnemer. Ook werd aan familieleden gevraagd details, zoals het winkelcentrum waar ze vroeger vaak kwamen, of een uiterlijke beschrijving van de testpersoon op jonge leeftijd, toe te voegen aan een verzonnen verhaal, waarin de deelnemer op jonge leeftijd verdwaald was geraakt in het winkelcentrum en uiteindelijk werd gevonden door een vriendelijke oudere man. Vervolgens werd de deelnemers, 24 in totaal, naar deze vier herinneringen gevraagd. Zes van de 24 deelnemers herinnerde zich de gefabriceerde herinnering (gedeeltelijk). Hoewel dit een niet erg indrukwekkend resultaat lijkt is hierbij toch aangetoond dat, zelfs met weinig suggestie bij de vragen, het inplanten van valse herinneringen redelijk eenvoudig is. Bij vervolgonderzoeken met meer suggestie, bijvoorbeeld het tonen van een bewerkte foto, gaat het percentage deelnemers dat zich de gefabriceerde gebeurtenis herinnert al snel naar 50 procent.

Traumatische herinneringen

Critici zijn van mening dat het probleem van deze onderzoeken is dat de herinneringen insignificant zijn en dat implementeren van traumatische herinneringen een heel ander verhaal zou zijn. Het implementeren van traumatische herinneringen zou echter onethisch zijn, wat tegenargumentatie lastig maakt. Toch is er een onderzoek gedaan naar het implementeren van een traumatische herinnering.

In 1988 stond Paul Ingram, politieagent, terecht voor seksuele mishandeling van zijn twee dochters. Hoewel hij overtuigd was van zijn onschuld, verklaarde hij schuld, na een periode van vijf maanden met druk van collega-agenten, psychologen en andere adviseurs. Uiteindelijke biechtte Ingram vormen op van verkrachting, seksuele mishandeling en zelfs deelname aan Satan-aanbidding waarbij hij beweerde vijfentwintig baby’s te hebben vermoord.

Op een gegeven moment werd befaamd geheugen onderzoeker, professor Richard Ofshe, gevraagd voor een helpende hand bij vervolging. Ofshe interviewde Ingram en trok al snel zijn geloofwaardigheid in twijfel. Om Ingram te testen verzon hij een verhaal, waarin Ingram zijn zoon en dochter dwong seks met elkaar te hebben terwijl hij zelf toe keek. Er was navraag gedaan bij zowel zoon als dochter en die bevestigden dat dit nooit was gebeurd.

Gedurende een periode van enkele uren van verhoor begon Ingram langzaamaan een valse herinnering te vormen. Uiteindelijk schreef Ingram een bekentenis van drie pagina’s voor een misdaad die volledig verzonnen was. Dit roept de vraag op wat hij verder onder grote druk allemaal verzonnen heeft. Helaas voor Paul Ingram kwam het rapport van Ofshe te laat. Ingram heeft tot 2003 vastgezeten en staat nog altijd bekend als zedendelinquent, ondanks grote twijfels over zijn schuld.


“Do you swear to tell the truth, the whole truth, or whatever it is that you think you remember?” Elizabeth Loftus

Making a Murderer

Het onderwerp van valse herinneringen komt vaak ter sprake in combinatie met rechtspraak. Een belangrijke getuige verklaring kan namelijk het verschil tussen schuld en onschuld maken, zo’n herinnering moet dan wel volledig te vertrouwen zijn. Bij een overzicht van driehonderd onterechte veroordelingen waarbij iemand later werd vrijgesproken, zat driekwart vast door een getuige verklaring die gebaseerd was op gebrekkige menselijke herinnering. Dit zorgelijke verschijnsel wordt ook duidelijk in beeld gebracht bij de documentaire ‘Making a Murderer’. Deze documentaire vertelt het verhaal van Steven Avery en Brendan Dassey. Te zien is hoe de zestienjarige Dassey onder hoge druk, zonder aanwezigheid van een advocaat en na een lading van suggestieve vragen een, aan alle kanten rammelende, verklaring van betrokkenheid bij moord aflegt. Dassey heeft een IQ van 73, was jong en had door deze kenmerken een makkelijk beïnvloedbaar geheugen.

Het geheugen waar wij op vertrouwen is dus zeker niet zo waterdicht als men denkt of hoopt. Zoals Elizabeth Loftus ook aangeeft, het maakt niet uit dat iemand je iets met zekerheid, veel detail of emotie vertelt, het hoeft geen waarheid zijn. Als mens is het lastig met zekerheid echte van valse herinneringen onderscheiden zonder onafhankelijke bevestiging.


Dit artikel is geschreven door Yorick Wanders

Deel dit artikel:

By Daniele Zedda • 18 February

← PREV POST

By Daniele Zedda • 18 February

NEXT POST → 34
Share on