De Econometrist

De Econometrist neemt een statistische kijk op de wereld.

Geschiedenis

Een democratische dictatuur

De onderstaande tekst is uit De Telegraaf van 12 november 2014 en gaat over de dan nog aanstaande Russische inval in Oost-Oekraïne:
“Rusland is opnieuw met meerdere troepeneenheden Oekraïne binnengevallen. Dat heeft de militaire bevelhebber van de NAVO, Philip Breedlove, woensdag gezegd. Het gaat om “Russische tanks, artillerie, luchtafweergeschut en grondtroepen”, die deze week zijn gezien terwijl ze Oekraïne binnen gingen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties komt later vandaag in een spoedzitting bijeen om de situatie in Oekraïne te bespreken. De vrees dat Rusland of pro-Russische rebellen de aanval openen, neemt daardoor opnieuw toe. Oekraïne heeft als antwoord zijn troepen rond de grens verstrekt om een mogelijk offensief af te kunnen slaan. Daarmee zou er een einde komen aan het broze staakt-het-vuren dat officieel sinds 5 september van kracht is. Nadat begin november de separatisten controversiële verkiezingen hielden, verhevigde de strijd weer.”
De man die al sinds 1999 leider van Rusland is draagt de naam Vladimir Poetin. Hij wordt vaak als dictator afgeschilderd, maar is dit terecht?

Dictatuur

Om vast te stellen of Poetin wel of niet vergeleken kan worden met een dictator is een definitie van een dictator en, misschien nog wel belangrijker, van een dictatuur nodig. Een veel voorkomende definitie is: “Een dictatuur is een staatsvorm waarin één persoon (de dictator) tijdelijk absolute macht heeft en waarin doorgaans sprake is van systematische onderdrukking van andersdenkenden en tegenstanders van de dictator.” Dit is echter slechts één van de vele vormen van een dictatuur. De klassieke vorm van dictatuur, die hierboven beschreven staat, stamt uit de tijd van de Romeinen, waar een dictator meerdere bevoegdheden kreeg om zo de samenleving in tijden van oorlog te beschermen. Dit veranderde echter later in de geschiedenis, ten tijde van de Franse revolutie, waar de dictator de een tiran werd die alle machten, wetgevende-, rechtsprekende- en uitvoerende macht, naar zich toe trok. We zijn nochtans niet geïnteresseerd in de klassieke(re) vormen van een dictatuur. Er zijn namelijk drie moderne vormen, volgens het boek Non-democratic regimes van Paul Brooker:

Ten eerste is er de personalistische dictatuur, waarin één individu de macht bezit. Hoewel de dictator in deze vorm een alleenheerschappij heeft, is hij wel populair onder een deel van het volk. De tiran is hier een meedogenloze man, die welbespraakt is en er een duidelijke ideologie op nahoudt, maar ook bepaalde regeringsvaardigheden bezit.

Daarnaast is er de militaire dictatuur, waarin het leger, of een deel daarvan, de macht grijpt door middel van een militaire coup. Een coup wordt vaak uitgevoerd onder het mom van het nationale belang en heeft pas een kans van slagen als het desbetreffende land een bepaalde graad van afhankelijkheid van het leger heeft en ook nog loyaliteit kent naar het leger.

Als laatste noemt Brooker de partijdictatuur, waar, zoals verwacht, één partij alle macht naar zich toe trekt. Door de geschiedenis heen zijn er meerdere partijdictaturen geweest. De uiteindelijk regerende partij krijgt de macht in handen door een militaire coup of wordt gevormd mede door de bevolking die zich verenigd achter een ideologie, over het algemeen gebaseerd op klasse en ras.

Zoals hiervoor besproken, zijn de verschillende vormen niet absoluut. Er is dus een mogelijkheid dat een bepaalde tirannie-elementen van verschillende vormen van een moderne dictatuur bevat. Zo kan een partij aan de macht komen door een militaire coup, waardoor het eigenlijk ook een militaire dictatuur is, maar het is ook mogelijk dat binnen een partij een persoon alle macht naar zich toe trekt, waardoor elementen van een personalistische dictatuur naar voren komen.

Rusland

Rusland is tegenwoordig officieel een democratie, maar is dat niet altijd geweest. Wat natuurlijk het eerst in het oog springt is de Sovjet Unie, die een kleine zeventig jaar bestaan heeft en nog niet zo heel lang geleden tot haar eind kwam. Echter, de tijd van alleenheersers in Rusland begon niet met Jozef Stalin. Rusland werd gedurende de vier eeuwen voor de Sovjet-Unie geleid door tsaren. Het bestuur van Rusland was destijds monarchisch en de regerende tsaar had vaak de rest van de besturende taken verdeeld onder familie en hoewel dit in die tijd niet ongewoon was, voldeed de situatie in elk geval aan die van een personalistische dictatuur. Wel moet hierbij opgemerkt worden, dat de dictatuur van de tsaren door erfopvolging kwam. De modernere dictaturen komen vaak tot stand door een staatsgreep.

Onder het leiderschap van tsaren ging het in Rusland lange tijd goed, maar aan het eind van de negentiende eeuw begon onvrede te ontstaan. Rusland had een oorlog verloren met het Ottomaanse Rijk waardoor er grond verloren ging, maar ook de onvrede over de verschillen tussen en arm en rijk namen toe. Veel inwoners vonden dat Rusland achterbleef qua ontwikkeling op economisch en cultureel vlak.

Zoals in elke situatie in de geschiedenis, zorgt grote onvrede onder het volk vaak tot een revolutie. In 1905 werd er een poging gedaan om een revolutie te ontketenen, welke deels lukte. De revolutie slaagde er niet in om Nicolaas II af te zetten, maar er werd wel een volksvertegenwoordiging ingesteld, de Doema, waar Pjotr Stolypin voorzitter van was tot 1911. Stolypin zorgde voor hervormingen op het vlak van landbouw en probeerde met alle macht er voor te zorgen dat de klasse van de boeren een steunpilaar zou worden voor de maatschappij. Hij zorgde ervoor dat de uit elkaar gevallen stukken land werden samengevoegd voor economische vooruitgang en zorgde er daarnaast voor dat het mogelijk werd voor boeren om te emigreren naar dunbevolkte gebieden om daar een eigen bestaan op te bouwen. Voordat hij in 1911 vermoord zou worden, zei Stolypin dat Rusland twintig jaar vrede nodig zou hebben om een succesvolle transformatie te ondergaan.

Ondanks de landbouwhervormingen van Stolypin, de economische vooruitgang en de concessies van tsaar Nicolaas II om een parlement in te voeren, bleef de onrust groeien. Nicolaas was niet van plan om zijn autocratische manier van regeren in te wisselen voor een constitutionele monarchie, waardoor zijn opponenten begonnen te radicaliseren. De twintig rustige jaren die Stolypin voor ogen had zouden er nooit komen, want in 1914 begon de Eerste Wereldoorlog.

Tijd van revoluties en oorlogen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vochten de Russen aan de kant van de geallieerden. Ze konden in het begin van de oorlog nog een aanval van de Oostenrijkers afslaan en vielen zelfs Oost-Pruisen binnen, maar doordat het Russische leger slecht voorbereid en onderbewapend was hadden de Russen geen schijn van kans. Ze werden weer terug gedreven en de onrust in Rusland groeide gestaag verder. Stakingen en rellen werden orde van de dag, totdat in 1917 door de Februarirevolutie tsaar Nicolaas II werd afgezet als autocratisch monarch.

Aleksandr Kerenski werd de leider van de voorlopige regering, maar zou het slechts iets meer dan een half jaar volhouden. Hij beloofde de geallieerden, ten onvrede van de socialisten, dat hij zou blijven vechten tegen de centrale mogendheden. Lenin en consorten, ook wel de bolsjewieken, zouden in oktober een coup plegen en wilden tegelijkertijd de Russische inmenging in de Eerste Wereldoorlog stoppen. Echter, toen de Duitsers Estland en Oekraïne veroverden voelde de regering van Lenin zich gedwongen om een verdrag te sluiten met Duitsland. Het Verdrag van Brest–Litvosk hield in dat Rusland de Baltische staten, Finland en Oekraïne definitief moest afstaan aan de Duitsers en dat zij grote hoeveelheden grondstoffen moesten betalen. Hoewel dit verdrag nietig werd verklaard nadat de Duitsers het Verdrag van Versailles tekenden, namen de westerse geallieerden het Rusland altijd kwalijk dat zij de oorlog verlieten en zagen de mentaliteit van Lenin – dat de communistische (wereld)revolutie boven alles ging – als extreem gevaarlijk.

Rusland was dus in korte tijd van autocratische monarchie, naar een constitutionele monarchie en vervolgens naar een partijdictatuur veranderd. Deze laatste verandering viel, zoals eerder opgemerkt, slecht bij de westerse wereld en de tsaristische aanhangers. Een nieuwe staat van wanorde wierp zich op waarbij ‘de Witten’ tegen ‘de Roden’ streden. ‘De Witten’ waren de tsaristische generaals, monarchisten, liberalen, mensjewieken, Kozakken en extreem-rechts, terwijl de anarchisten en de bolsjewieken aan de kant van de ‘Roden’ streden.

Omdat ‘de Roden’ slechts 25% van de bevolking omvatte, begon de burgeroorlog zeer slecht voor hen. De Witten veroverden Siberië, Oekraïne en enkele andere landen die tot voor kort in Russisch bezit waren. Niet veel later mengden zelfs de geallieerden zich in kleine proporties in de strijd tegen ‘de Roden’. Doordat er weinig samenwerking was tussen de ‘Witte legers’ en er een dusdanig kleine interventie was van de geallieerden begonnen ‘de Roden’ terug te slaan. Een voor een werden de tegenstanders verslagen en werden de gebieden terug veroverd. Begin 1921 was de oorlog al door ‘de Roden’ gewonnen, maar de Japanners verlieten Rusland pas in 1922. Uiteindelijk werd de onrust pas in 1924 geheel onderdrukt. De oorlog zou in zijn geheel aan vijftien miljoen mensen het leven hebben gekost.

De Sovjet-Unie

In 1924 was er dus eindelijk rust in Rusland – of eigenlijk de Sovjet-Unie, zoals Rusland tussen 1922 en 1991 heette. De macht lag bij één partij die niet van plan was om (eerlijke) verkiezingen te houden om op die manier wellicht de macht kwijt te raken. De communistische partij werd geleid door Vladimir Lenin en hoewel een communistisch ingestelde staat het streven was, was het land dermate verscheurd door de oorlogen en revoluties dat een kapitalistische economie moest worden ingesteld om het land weer te laten opbloeien. Alhoewel er in economisch aspect concessies werden gedaan ten opzichte van het communistische wereldbeeld, werden er op de achtergrond tegenstanders van het communisme op brute wijze vermoord en gemarteld.

Omdat gedurende de laatste twee jaar van Lenins leven zijn gezondheid zwaar achteruit ging begon er achter zijn rug om een machtsstrijd te ontstaan tussen Stalin en Trotski. Leo Trotski, geboren als Lev Davidovitsj Bronstein, was de rechterhand van Lenin. Hij had het Rode Leger opgericht en was hiervan ook de eerste leider. Stalin had daarentegen een grote macht opgebouwd onder de rechtse vleugel van de partij. Uiteindelijk zou Stalin deze machtsstrijd in 1928 winnen en Trotski verbannen, om hem tot slot te laten vermoorden in Mexico in 1940.

Stalin was op dit moment nog geen alleenheerser. Wel was de Sovjet-Unie een totalitaire staat, waarin de partij het leven van de mensen volledig probeerde te beheersen van wieg tot graf. Deze totalitaire staat voldoet dus aan de kenmerken van een partij dictatuur. Stalins heerschappij begon in 1928 en werd gekenmerkt door zijn meedogenloosheid en de Rode Terreur waarmee hij het volk zo bang maakte dat zij het communistische stelsel wel moesten accepteren. Hij schafte de kapitalistische economie af en introduceerde het vijfjarenplan. De Sovjet-Unie werd daarmee officieel in alle opzichten een Communistisch land. In het begin van de jaren dertig begon Stalin met het zuiveren van zijn tegenstanders. Hij liet ze opsluiten, verbannen of simpelweg vermoorden en adoreerde de werkwijze van Adolf Hitler die een zelfde strategie gebruikte in de Nacht van de Lange Messen. Op 1 december 1934 begon de Grote Zuivering met de moord op een politieke opponent, Sergej Kirov. Na deze moord stelde hij de Kirovwet in die het voor hem mogelijk maakte om in principe zonder (fatsoenlijk) proces tegenstanders van zijn ideologie te veroordelen.

Na de Grote Zuivering naderde al snel de Tweede Wereldoorlog. Hoewel Stalin geïnteresseerd was in een alliantie met de latere geallieerden, wezen Engeland en Frankrijk hem de deur. Stalin zou niet veel later met Duitsland het Molotov–Ribbentroppact sluiten waardoor hij samen met Hitler Polen en de Baltische staten zou verdelen op het moment dat Hitler zijn oosterburen zou binnenvallen. Als in 1939 de Tweede Wereldoorlog begint, lijkt het verdrag tussen de Sovjet-Unie en Duitsland stand te houden. Er zijn tussen de twee landen nauwelijks tot geen conflicten, totdat in 1941 Hitler toch de Sovjet-Unie binnenvalt en zichzelf in een twee frontenoorlog stort. Als in 1945 de Duitsers zijn verslagen en de participanten van de Tweede Wereldoorlog hun wonden likken begint er voor de Sovjet-Unie een nieuwe, indirecte oorlog met het Westen; De Koude Oorlog. In politiek opzicht verandert er vanaf de komst van Stalin tot zijn dood weinig in de Sovjet-Unie. Het blijft een partij dictatuur met hele sterke kenmerken van een personalistische alleenheerschappij. Stalin regeert door middel van de Communistische Partij, maar de constructie is zo dat Stalin alle onderdelen van deze regering controleert.

Na de dood van Stalin breekt een periode van destalinisatie aan. Tijdens zijn regime besteedde Stalin veel tijd en geld aan persoonsverheerlijking en daardoor was hij overal aanwezig in de Sovjet-Unie. Zijn opvolger, Chroesjtsjov, leidde Rusland tot een hoogtepunt in de Koude Oorlog – zijnde de Cubacrisis – en ook latere leiders van de Sovjet-Unie waren niet bang voor de confrontatie. Militaire uitgaven, beter bekend als de wapenwedloop, werden steeds belangrijker tijdens de Koude Oorlog wat uiteindelijk ook zou leiden tot de Cubacrisis. Ook na dit hoogtepunt bleven de beide grootmachten kernwapens produceren, totdat in 1968 het non-proliferatieverdrag werd getekend waarin stond dat alleen de landen die al kernwapens hadden deze mochten behouden en deze voorraden uiteindelijk zouden afbouwen tot nul.

De Koude Oorlog zou uiteindelijk voortduren tot de jaren negentig van de twintigste eeuw, waarin ook onder andere de Vietnamoorlog (1945–1975) en Afghanistan (1979) een rol zouden gaan spelen in het getrouwtrek om invloedssferen tussen de VS en de SU.

Een “democratisch” Rusland

Als in 1985 Gorbatsjov aan de macht komt, verandert de situatie in Rusland voor het eerst sinds het begin van de twintigste eeuw. Zijn communistische visie was dermate modern dat hij onbedoeld de Sovjet-Unie ten val bracht. Hij wilde via glasnost i perestrojka (openheid en hervorming) de Sovjet-Unie moderner maken om mee te komen met de westerse wereld. Desalniettemin verslapte de greep van de Sovjet-Unie; landen riepen hun onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie uit, het IJzeren Gordijn verdween, de muur viel en Duitsland werd herenigd.

Gorbatsjov trad af en Boris Jeltsin volgde hem op als president van Rusland, of beter: de Russische Federatie, zoals het land vanaf 1991 heette. Boris Jeltsin organiseerde de eerste democratische verkiezingen ooit in het land dat nog nooit zijn eigen machthebbers had gekozen. Jeltsin won de verkiezingen en was de eerste democratisch gekozen president van de Russische Federatie. Hij probeerde een nieuw kapitalistisch, economisch systeem in te voeren wat uitliep op een drama. Inflatie nam toe, prijzen schoten omhoog en een kleine groep oligarchen werd steeds rijker. Vervolgens leidde hij het nieuwe Rusland een nieuwe oorlog in, de Tsjetsjeense oorlog, welke hij verloor en daarmee was een onafhankelijke Tsjetsjeense staat een feit.

Omdat Jeltsin enorm kelderde in de peilingen, riep hij de hulp in van de oligarchen, die in ruil voor hun hulp politieke invloed wilden hebben als hij aan de macht zou komen. Boris Jeltsin zou de verkiezingen winnen. De excentrieke president zou meerdere malen het land in verlegenheid brengen door zijn vreemde acties en ontsloeg vier kabinetten (om economische redenen en ter zelfbescherming) in drie jaar tijd, tot hij uiteindelijk in 1999 Vladimir Poetin aan zou stellen als premier. Jeltsin, die verdacht werd van corruptie, zou een half jaar later zijn presidentschap afstaan aan Poetin en liet de Russische Federatie in chaos achter.

Poetins Rusland

Als Vladimir Poetin in 1999 president wordt, zijn het bbp en de industriële productie meer dan gehalveerd ten opzichte van 1991. Daarnaast had Rusland torenhoge schulden opgebouwd onder Jeltsin. Het land was dus een chaos en had een sterk leider nodig en in peilingen bleek dat slechts een tiende van de bevolking democratische verkiezingen echt belangrijk vond.

Tegen de tijd dat Poetin president werd hadden de oligarchen enorm veel macht in Rusland. Het is dan ook niet gek dat Poetin wederom werd herkozen als president met de steun van de televisiestations die eigendom waren van deze oligarchen. Dit is tevens een kanttekening bij de democratische verkiezingen van Rusland. In elke verkiezing, die tot nu toe in het ‘democratische’ Rusland is geweest, heeft corruptie parten gespeeld. Omdat de oligarchen die de media in bezit hebben Poetin steunden, werd het voor de oppositie partijen onmogelijk gemaakt om de massa te bereiken via deze media. Andere eigenaren van televisiestations zijn ten tijde van verkiezingen vaak niet in staat om de oppositie te helpen. Zo zou de oligarch Chodorkovsky, die gezegd had partijen te zullen steunen die niet loyaal waren aan Poetin, opgesloten zitten in de gevangenis op de dag van de verkiezingen.

Datzelfde punt geldt voor critici van Poetin die vaak tot zwijgen worden gebracht doordat ze zijn opgesloten in gevangenissen of werkkampen. Een bekend voorbeeld van een politiek tegenstander van Poetin is de Russiche schaker Garri Kasparov die meerdere malen werd vastgehouden terwijl hij tegen Poetin om het presidentschap streed. Hij moest in het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw vluchtten uit Rusland en voert sindsdien actie tegen het bewind van de Russische president.

Naast eerlijke verkiezingen moet er in een democratie voldaan worden aan scheiding van de machten. Om te beginnen bestaan deze machten uit de uitvoerende, de wetgevende en de rechterlijke macht. De uitvoerende macht is gecentreerd rond Poetin. Hoewel hij lange tijd dezelfde machthebbers in de bestuursorganen had als Jeltsin, verving Poetin deze mensen gedurende zijn regeringstijd langzamerhand met oude bekenden. Het merendeel van zijn topmannen bestaat uit oude vrienden en kennissen, waardoor de regering naar hem luistert en niet onafhankelijk handelt.

Ten opzichte van de oude situatie waarin de Sovjet-Unie verkeerde is Rusland wel vooruitgegaan qua wetgevende macht. De president heeft niet alle macht meer om wetten aan te maken die hij nodig acht. De Federatieraad en de Doema zijn in theorie onafhankelijke organen die respectievelijk vergeleken kunnen worden met de Eerste en de Tweede Kamer. Hoewel de Federatieraad in praktijk nog redelijk onafhankelijk fungeert, is de Doema in meerdere maten afhankelijker geworden van Poetin, zo zijn er strengere eisen voor nieuwe partijen opgesteld en profileren meerdere partijen zich tijdens campagnes als pro-Poetin.


Als laatste van de ‘machten’ rest de rechterlijke macht. In theorie zou de regering beperkt moeten worden door het recht en deze zou, net als in elke andere democratie, onafhankelijk moeten oordelen over zaken. Echter, het gerechtshof zou voor een groot deel financieel afhankelijk zijn van de regering, waardoor deze regering druk kan uitoefenen op het rechtssysteem. Dit zou een reden kunnen zijn voor het feit dat in de praktijk blijkt dat slechts een klein deel van de verdachten wordt vrijgesproken. Ook zijn er meerdere berichten in de media dat soldaten niet berecht worden voor hun oorlogsmisdaden.

Als laatste onderdeel van een democratie, moet het land voldoen aan bepaalde fundamentele grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van leven en bezit en de vrijheid van godsdienst. De vrijheid van meningsuiting is, zoals hierboven al nadrukkelijk onderschreven, niet zoals het zou moeten zijn in een democratie. Tegenstanders van Poetin en daarmee ‘van Rusland’ worden zonder proces of goede reden vastgezet in één van de daarvoor bestemde werkkampen of gevangenissen.

Een lichtpunt is dan de vrijheid van godsdienst. Waar in de Sovjet-Unie vrijheid van godsdienst eigenlijk niet bestond is het nu mogelijk om propaganda van religie te verspreiden. Er zijn echter wel strikte regels omtrent het registreren van nieuwe godsdienstorganisaties, welke in praktijk nog wel eens te maken krijgen met vandalisme. Het vandalisme wat deze godsdienstgemeenschappen ten dele valt is echter niet vanuit de overheid georganiseerd.

De positieve berichten over de vrijheid van godsdienst zijn helaas niet voor elke godsdienst weggelegd. Rusland kampt met zwaar moslim-extremisme vanuit Tsjetsjenië, waardoor vooral moslims ook hedendaags nog in aanraking met geweld.

Het recht van leven en bestaan wordt gekenmerkt door de rechten van de mens. Volgens Amnesty International bestaat er een groot gat tussen waar Rusland op dit moment is in dat opzicht en de daadwerkelijke waarborging van de mensenrechten. Zo zouden, zoals eerder beschreven, oorlogsmisdadigers wegkomen met hun oorlogsmisdaden in bijvoorbeeld het rumoerige Tsjetsjenië en bleken er zich nog steeds martelpraktijken voor te doen in Russische staatsgevangenissen.

Een schijndemocratie

Als we de democratie waarin Rusland nu verkeerd beoordelen op vrije verkiezingen, de scheiding van de machten en de grondrechten komen we uit op de verklaring dat, hoewel Rusland in theorie een democratie is, het veel kenmerken van een dictatuur bevat.

Allereerst is Rusland sinds zijn vrije verkiezingen bestuurd door één partij. Alhoewel dit ook mogelijk is in een puur democratisch land, blijkt in Rusland dat vooral corruptie ervoor heeft gezorgd dat deze ene partij aan de macht heeft kunnen blijven.

Daarnaast is er op papier wel scheiding van de machten, maar kan de uitvoerende macht de rechterlijke macht beïnvloeden op financieel vlak. Ook al heeft de rechterlijke macht de oligarchen aangepakt, uiteindelijk bleek dit vaak in het voordeel te zijn van de uitvoerende macht in de persoon van Poetin. Zo werd een televisiestation dat eigendom was van een oligarch omgezet tot staatseigendom. Ook de wetgevende macht is in zekere mate gecentreerd rond Poetin, waar partijen pro-Poetin zijn of anti-Poetin zijn, terwijl ze minder bezig zijn met hun eigen partijleiders.

Hoewel er hervormingen zijn geweest qua grondrechten van de bevolking van Rusland, blijken hier ook gebreken voor te komen. Zo is de vrijheid van meningsuiting er vooral voor mensen die de ideeën van Poetin steunen en in mindere mate tot helemaal niet voor mensen die tegen Poetin zijn. Voor de mensen die behoorden tot deze laatste groep zijn de mensenrechten ook niet altijd even duidelijk. Tot slot een lichtpunt in de vrijheid van godsdienst, waar bijna alle vrijheden worden gewaarborgd door de regering.

Tot slot bevat het hedendaagse Rusland kenmerken van een partij dictatuur, omdat deze zijn heerschappij behoudt door middel van corruptie, en van een alleenheerschappij, omdat de rechterlijke macht gedeeltelijk tot geheel in handen is van de huidige president en hij hierdoor zijn macht kan waarborgen. Natuurlijk is Dimitri Medvedev vier jaar lang heersend president geweest, maar naast dat Medvedev een vriend van Poetin is, zou hij slechts als marionet president gefungeerd hebben.

Daarnaast zijn er natuurlijk duidelijke hervormingen geweest die alles waar een dictatuur voor staat tegenspreken. Alle kenmerken van een democratie zijn in theorie ingesteld en in zekere zin voldoet Rusland bij wijze van spreke tien keer meer aan een democratie dan het 25 jaar geleden deed. Concluderend is Rusland een democratie die bijzonder veel kenmerken van zijn politieke tegenhanger heeft. Misschien is een passende term wel: een democratische dictatuur.


Dit artikel is geschreven door Tim van Wilsum

timvanwilsum

 

Deel dit artikel:

By Daniele Zedda • 18 February

← PREV POST

By Daniele Zedda • 18 February

NEXT POST → 34
Share on