De Econometrist

De Econometrist neemt een statistische kijk op de wereld.

Geschiedenis

De val van Srebrenica

In Servië is ex-generaal Ratko Mladić opgepakt. Dat heeft de Servische president Boris Tadić op een persconferentie bekendgemaakt. Mladić zal worden uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal. Het is nog onduidelijk waar Mladić is gearresteerd. De 69-jarige Mladić had een andere identiteit aangenomen en noemde zich Milorad Komadic. Tadić zei in zijn toespraak dat de arrestatie van Mladić een hoofdstuk afsluit. “Het is een stap richting verzoening in de regio.” De arrestatie van Mladić is volgens hem het resultaat van de samenwerking van zijn land met het Joegoslavië-tribunaal. “Alle oorlogsmisdadigers moeten voor de rechter worden gebracht”, zei hij.’ (NOS, 26/05/11)

Srebrenica is een van de zwarte bladzijden in de Nederlandse militaire geschiedenis. Het was een mislukte interventie, in een oorlog waar Nederland eigenlijk niets mee te maken had. Bij de thuiskomst van de soldaten was er veel kritiek op het Nederlandse bataljon, maar in hoeverre waren zij schuldig aan de fouten die er destijds gemaakt zijn?

Voorgeschiedenis

In de tijd van de Sovjet-Unie zag Europa er anders uit, zeker in het Oostblok. Joegoslavië was een republiek die verschillende landen omvatte, maar nog niet zo lang bestond. Vanaf 1918 bestond het koninkrijk Joegoslavië, maar het werd ten tijde van de Tweede Wereldoorlog ingelijfd door de Duitsers. Na de oorlog zou onder leiding van Josip Broz Tito de communistische staat de Federale Volksrepubliek Joegoslavië worden uitgeroepen en hij zou tot zijn dood dictator blijven van Joegoslavië. Hoewel Joegoslavië een communistische staat was, leefde het niet op goede voet met de Sovjet Unie. Tito bleef de Sovjet Unie afhouden en zorgde ervoor dat diezelfde Sovjet Unie niet verder kon uitbreiden naar het westen. In 1980 overlijdt Josip Broz Tito en toen bleek het meer dan ooit, dat hij het cement van de Republiek was. De historische geschillen tussen de Bosniërs, Kroaten, Serviërs en Albanezen gaan parten spelen en de Republiek zal in de jaren negentig verwikkeld raken in verschillende oorlogen, waardoor Joegoslavië uit elkaar valt.

Bosnische Burgeroorlog

Een van de oorlogen waardoor Joegoslavië uiteindelijk uit elkaar valt is de Bosnische Burgeroorlog. Dit is een conflict tussen de Bosnische Serviërs, De Bosnische Kroaten en de Bosniakken. Zoals in heel Joegoslavië komt ook dit conflict voort uit de historische geschillen tussen deze drie partijen en in dit geval speelt de etnische achtergrond ook een belangrijke rol. Alle drie partijen beginnen in het begin van de jaren negentig legers te vormen, waarbij de Bosnische Serviërs de sterkste partij zouden worden, omdat deze werden gesteund door het beruchte Joegoslavische Volksleger, wat op dat moment bestond uit onder meer hooligans en paramilitairen. Omdat Joegoslavië uit elkaar viel, werd er in Bosnië-Herzegovina een referendum gehouden over de mogelijkheid van een onafhankelijk Bosnië en Herzegovina. De Bosniakken en de Bosnische Kroaten waren voor het grootste deel etnische moslims en zij waren voor de onafhankelijkheid. De Bosnische Serven waren echter tegen de onafhankelijkheid en ze verklaarden het referendum ongrondwettig. Als op 5 april 1992 de Bosniakken en de Bosnische Kroaten als gevolg van het referendum de onafhankelijkheid uitroepen erkennen de Serviërs deze uitslag niet en roepen twee dagen later de Servische Republiek uit. Het gevolg was een burgeroorlog die de boeken in zou gaan als een van de ergste sinds de Tweede Wereldoorlog. In het oosten Bosnië begonnen de Bosnische Serviërs vanaf april 1992 met etnische zuiveringen, hierbij maakten ze onder andere gebruik van concentratiekampen.

Nederlandse Inmenging

Op het moment dat de Bosnische Oorlog ‘begon’ in 1992 zouden de VN aanstalten gaan maken voor een inmenging in het conflict. In juni 1992 breidden de VN het mandaat van de UNPROFOR, de Vredesmacht van de VN, uit van Kroatië naar Bosnië. Dit mandaat was echter erg beperkt en onhelder, wat een sterke en gerichte aanpak onmogelijk maakte. De VN zouden echter wel melden dat sommige delen van Bosnië-Herzegovina, waaronder Srebrenica, ‘safe areas’  worden en dat de bevolking ter plaatse beschermd zou worden en dat de VN ze niet in de steek zouden laten. De VN-aanwezigheid was echter meer bedoeld als afschrikmethode waardoor de bevolking een illusie van veiligheid werd voorgeschoteld.

Nederland was ten tijde van de Bosnische burgeroorlog bezig om zichzelf weer op de kaart te zetten, na de Tweede Wereldoorlog kwam Nederland namelijk helemaal niet meer voor op het internationale toneel. Door deze ambitie en gedreven door het humanitaire gevoel stelde Nederland in 1993 een Luchtmobiel Bataljon beschikbaar voor deze UNPROFOR missie, zonder van te voren de gevaren en gevolgen te analyseren. Omdat Nederland hierin zo onbevangen was kreeg het de missie Srebrenica toegewezen, een bestemming die door vele andere landen werd geweigerd.

Srebrenica

In 1994 kwam de Nederlandse landmacht aan in Bosnië-Herzegovina. Vanaf het begin stond het Nederlandse bataljon Dutchbat al achter op de lokale krijgsmachten, omdat ze de Canadezen niet hadden gevraagd naar de uitkomsten van hun verkenningsmissies in de regio. Ook was de opleiding die de soldaten in Nederland kregen niet voldoende. In principe waren de soldaten qua militaire vaardigheden genoeg geschoold, maar hen was niets geleerd over de Bosnische cultuur en de samenleving. Door het gebrek aan scholing kwamen er bepaalde stereotyperingen, zoals dat de Bosniërs vijandig tegenover de Nederlandse hulp stonden, waardoor het contact met de lokale bevolking moeizaam verliep en er voortdurend een negatieve mening over de Bosniërs heerste. Het bekritiseerde VN-mandaat zorgde ervoor dat de Nederlandse bataljons nooit accuraat konden optreden. Dit blijkt onder andere uit de gevechtsstrategieën van de Armija Republike Bosne i Hercegovine (ARBiH, het Bosnische Leger) en de Vojska Republike Srpske (VRS, het Servische leger). De ARBiH daagde het VRS uit, door met minimale legeracties het VRS weg te houden bij Sarajevo en verschuilde zich vervolgens achter Dutchbat, waardoor Dutchbat geregeld tussen twee vuren in kwam te liggen. Maar door het VN-mandaat dat passiviteit en ‘peacekeeping instead of peace-enforcement’ voorop stelde, kon het Dutchbat nooit georganiseerd en effectief optreden. Daarnaast zorgde de blokkade-tactiek van het VRS ervoor dat de mentale en fysieke weerbaarheid van de Nederlanders afnam. Echter tot juli 1995 leek niets erop te wijzen dat de safe area van Srebrenica serieus in gevaar kwam. Tot die tijd werden er alleen af en toe kleine delen van de enclave afgesnoept, later bleek dat het VRS op 2 juli begon met het maken van een strijdplan. Op 6 juli begon de aanval op de enclave onder leiding van generaal Mladić en toen het VRS merkte dat er bijna geen tegenstand was, werd er op 9 juli besloten om een poging te doen de gehele enclave Srebrenica te veroveren.

Dat de UNPROFOR in de vorm van Dutchbat afzag van een tegenaanval, had verschillende redenen. Ten eerste was er het mandaat dat pleitte voor passiviteit en hierdoor was Dutchbat gebonden om geen militaire middelen te gebruiken. Ook waren de Bosnische Serviërs veel groter in aantal en had de blokkade-tactiek van het VRS gewerkt. Daarnaast was er geen luchtsteun vanuit de VN en was er een gebrek aan intelligence. De Nederlandse politiek en defensie hadden namelijk afgezien van alle intelligence-mogelijkheden die er waren, hoewel de Verenigde Staten meerdere malen hadden aangeboden zogenoemde COMINT-koffertjes het land in smokkelen om op die manier gesprekken van de ARBiH en het VRS af te kunnen luisteren.Doordat er geen tegenaanval van Dutchbat kwam, kon Mladić ongestoord, zonder UNPROFOR-slachtoffers te maken, doorgaan met het veroveren van de enclave. Volgens historici zou Mladić terughoudender zijn geweest, als er slachtoffers aan de kant van de VN vielen, omdat hij bang zou zijn voor imagoschade voor de Bosnische Serviërs. De enige hoop die de Nederlanders nog hadden, was dat de VN luchtsteun zouden bieden op 11 juli, want zij waren in de veronderstelling dat luchtsteun ´robuust´ werd ingezet wanneer nodig. Niets bleek minder waar. De VN wilden graag vastklampen aan het idee van onpartijdigheid en samen met het feit dat het VRS op verschillende plaatsen gijzelaars had, zorgde dit voor het uiteindelijke besluit om geen luchtsteun te verlenen aan de in nood verkerende Dutchbat. 11 juli 1995, zou de geschiedenisboeken ingaan als de val van Srebrenica.

Genocide

Zodra Srebrenica was gevallen, begon het Servische leger met het gevangen nemen van moslimmannen, -vrouwen en -kinderen, maar in de nacht van 11 op 12 juli besloot een deel van de moslimmannen een vluchtpoging te ondernemen richting Tuzla, onder leiding van de 28ste divisie van het ARBiH. Hun vluchtpoging mislukt en zij worden geëxecuteerd door het VRS. Hoewel vaak anders wordt gesuggereerd, heeft UNPROFOR niets te maken gehad met de beslissing van het ARBiH en vonden de executies niet plaats ‘onder het toezien’ van Dutchbat. De massamoord op deze vluchtelingen stond niet op de planning van het VRS. Achteraf bleek dat het VRS schrok van deze uitbraak en dit, samen met de wraakgevoelens jegens de moslimmannen en de wil voor etnische zuivering, zorgde ervoor dat de soldaten van het VRS als beesten tekeer gingen.

Hoewel de massamoord op de vluchtende ARBiH-soldaten misschien niet gepland was, bleek uit massamoorden over het gehele gebied dat het uitroeien van moslimmannen wel bovenaan de agenda van de legerleiding van het VRS stond. Dit bleek ook uit de behandeling van krijgsgevangenen, die niets te eten en te drinken kregen, waarvan de identiteitsbewijzen niet werden gecontroleerd en er geen onderscheid werd gemaakt tussen soldaten en burgers. De massamoorden die in de enclave Srebrenica plaatsvonden, werden opgedragen door de commandant van het VRS, generaal Mladić, maar ook de rest van de legerleiding en de president van de Republika Srpska, Karadžić, gingen niet vrij uit.

Na de val van Srebrenica en de massamoorden die daarbij gepaard gingen, vluchtten tienduizenden mensen naar Potočari en de Nederlandse compound die daar gelegen was. Dutchbat ging meteen uit van evacuatie, omdat de mensenmassa, het VN-mandaat en de verschillen in mankracht tussen Dutchbat en het VRS effectief ingrijpen onmogelijk maakte. Daarnaast werden er op dat moment honderden moslims vermoord bij een lokale wraakoefening van het VRS, die een gedeelte van de mensenmassa buiten de basis van Dutchbat in Potočari afslachtten.

Toen de bussen aankwamen voor de evacuatie, maakte Dutchbat onder leiding van commandant Karremans de keuze om de moslimmannen te scheidden van hun vrouwen en kinderen en de moslimmannen af te voeren naar Tuzla, waar zij veilig zouden zijn. Deze bussen werden echter onderschept en de inzittende moslimmannen werden door de Serviërs vermoord. Op die manier heeft Dutchbat dus indirect bijgedragen aan de etnische zuiveringen van de Bosnische Serviërs.

Nasleep

Na de humanitaire rampen die zich afspeelden in Srebrenica en in de rest van de Bosnische Oorlog werden de Dutchbatters bekritiseerd door de buitenwereld. Het was duidelijk geworden dat op 12 en 13 juli de communicatie faalde, want ook toen het rustiger was geworden, slaagden de Dutchbatters niet in het rapporteren van de gebeurtenissen in en rondom Potočari. Het bleek toen echter ook al dat ten tijde van de verovering van de enclave Srebrenica en bij de massamoorden bij Potočari, Dutchbat al niet meer bij machte was om effectief te reageren op de gebeurtenissen. Maar het weinig charismatische media-optreden van commandant Karremans, die in de media uitspraken deed als “there are no good guys or bad guys” en uitlatingen deed over generaal Mladić, met het oog op de zeer ernstige moordpartijen van het VRS, zorgden voor onbegrip bij de buitenwereld. Daarnaast werden er beelden uit een reportage vrijgegeven waarbij Karremans te zien was met Mladić en onder het genot van een glas water met hem zat te praten. Wat bij deze beelden niet werd gemeld is dat Karremans op dat moment al Nederlandse gijzelaars weer had gezien en verder geen concessies had gedaan.

Naast alle uitlatingen en acties in de media van Karremans werden er op de televisie beelden getoond van feestende Dutchbatters, maar ook deze beelden waren vertekend. De aard en omvang van de massamoorden waren nog niet bekend, laat staan dat het volledig was doorgedrongen tot de Dutchbatters. Bovendien was het een kleine minderheid van het bataljon en hadden zij net een emotionele herdenking van hun overleden collega´s achter de rug. Wat vooral de VN op zich wordt kwalijk genomen is het feit dat zij Srebrenica bestempelden als safe area en zo de mensen die de enclave bereikt hadden een vertekend beeld gaven. Deze mensen hadden vaak al enorme gruweldaden van het VRS meegemaakt. De VN interventie-tactiek is echter wel drastisch veranderd na de gebeurtenissen in de Bosnische Oorlog. De krampachtigheid voor het handhaven van onpartijdigheid bij de VN verminderde en de bereidheid tot inzet van het luchtsteun nam toe. Militairen kregen ruimere bevoegdheden om het in te zetten, ook zonder ‘smoking gun’ als voorwaarde.


Dit artikel is geschreven door Tim van Wilsum

timvanwilsum

Deel dit artikel:

By Daniele Zedda • 18 February

← PREV POST

By Daniele Zedda • 18 February

NEXT POST → 34
Share on